Johan Adolf Pengel International Airport, oftewel Zanderij. De luchthaven van Suriname. De omgeving van Zanderij is zoals de naam doet vermoeden een zandvlakte. Ooit lag hier de oude kustlijn, vandaar het zand en de savanne. De weg er naar toe is een desolate weg en laat nog weinig zien van wat Suriname te bieden heeft. De luchthaven zelf ziet er bijna niet uit als een luchthaven. In ieder geval niet zoals wij ze kennen.
Meestal ligt ze er ook verlaten bij. Hier geen op en af gaan van vliegtuigen, het zijn er maar een paar. Uit het Caraïbisch gebied, de Verenigde Staten, uit een paar Zuid Amerikaanse landen en natuurlijk uit Nederland. Zakelijke reizigers zijn er natuurlijk wel, maar het zijn er niet zo heel veel. De stagiaires moet ik ook even noemen, maar ook dat zijn er geen duizenden.
Even generaliseren. Als je iedereen die zijn navelstreng in Su heeft liggen of er wortels heeft op één hoop gooit, en Surinamer noemt, kun je wel zeggen dat zo ongeveer de helft van alle Surinamers hier in Suriname woont, en de ander helft in Nederland. Iedere Surinamer heeft wel een ouder, broer of zus, en zeker tantes, ooms, neven en nichten hier of daar.
Rond “the estimated time of arrival” wordt het zo zoetjes aan steeds drukker op de luchthaven. De hele familie loopt uit om hen die hen dierbaar zijn eindelijk weer te zien en een stevige brasa te geven. Onnodig te zeggen dat er menig traantje wordt weggepinkt.
Zo eenvoudig als de entourage is, zo hevig zijn de emoties. Zinderend. En ze zijn voelbaar. De spanning is goed van de gezichten af te lezen. Reikhalzend wordt er uitgekeken naar het moment suprême, in het besef dat dit niet meer zo ver weg is.
Dan de ontlading. Het is een waar schouwspel als vader, moeder, zoon of dochter, zus of broer, na altijd veel te lange tijd weer in de armen kan worden gesloten. En dan zijn er ook altijd de geliefden, die na elkaar betraand maar innig te hebben gezoend, de hoofden in elkaars nek begraven en dolgelukkig staan te zijn. Kippenvel krijg ik er altijd van. Je gaat bijna meehuilen.
Ook wij vallen in de prijzen. In december stonden we al te schudden van het huilen toen moeders aankwam. De dagen hadden we afgeteld en eindelijk was ze daar. En ze blijkt het eerste schaapje te zijn dat over de dam komt, hoewel dit schaapje elk jaar over de dam komt.
We mogen de komende maand namelijk drie keer op rij naar Zanderij om ook onderdeel te zijn van dit schouwspel. En daarna zitten er nog vier in de pijplijn dit jaar. Suriname blijkt toch minder ver weg te zijn dan ik dacht. We komen jullie allemaal ophalen!
Natuurlijk brengen we jullie ook terug. Tenminste, als jullie echt niet anders willen. Aan de linkerkant is de vertrekhal. Niet nodig te zeggen dat er daar ook veel tranen vloeien. En minder vreugdevol dan bij aankomst. Maar daar denken we voorlopig niet aan. Belangrijker is dat hier in Suriname je een warm welkom wacht. En als we dan straks toch bij de vertrekhal staan, dan zeg ik: Kon hesi baka! Kom snel terug!



