De school is al weer een paar weken begonnen. Hier in Suriname begint de vakantie pas eind augustus en starten de scholen in oktober. Maar nu was het zover. Nou, dat ziet er wel eventjes anders uit.
Wat we natuurlijk helemaal niet gewend zijn is het open karakter van de school. Hier geen hoofdingang met lange gangen met jassen. De deur van de klas komt direct uit op het schoolplein. Het gebouw dat twee lagen telt, heeft een L-vorm. De deur van het klaslokaal staat meestal open. Alles staat open want het is heel warm.
Het schoolplein is niet betegeld maar wordt elke ochtend geharkt. Er staan twee klimrekken waar druk op geklommen wordt. De muur die het erf scheidt met dat van de buren is vrolijk beschilderd. Op de eerste schooldag was alles versierd met vlaggen en ballonnen. Er staan een paar kleine bomen en vrolijk geschilderde tractorbanden dienen als plantenbakken.
Midden op het plein staat de vlaggenmast. Elke morgen om acht uur gaat de schoolbel en verzamelen alle kinderen, leerkrachten en de directeur zich op het schoolplein voor de vlaggenparade. Er wordt eerst ritmisch met de handen geklapt en vervolgens wordt de vlag gehesen terwijl de kinderen het Surinaams volkslied zingen. Het eerste couplet in het Nederlands, het tweede in Sranan Tongo. Opo kondre man.
Daarna begint de dag. Taal, rekenen, aardrijkskunde, de meeste vakken klinken vertrouwd. De inhoud is natuurlijk anders. Aardrijkskunde gaat over Suriname. Over het binnenland, het Amazonewoud, rivieren, sula’s (stroomversnellingen) en meer. Geschiedenis gaat met name over het slavernijverleden wat natuurlijk een groot deel uitmaakt van de vaderlandse geschiedenis..
Met muziek worden liedjes in het Nederlands geleerd maar ook liedjes in Sranan Tongo. Dat is alles wat in de eigen taal gedoceerd wordt. De officiele taal is hier Nederlands. Er gaan wel geluiden op dat ook in de eigen taal gedoceerd zou moeten worden, maar dat is een heel kostbare zaak. Er bestaat namelijk geen lesmateriaal in Sranan Tongo. Dat zou ontwikkeld moeten worden.
Natuurlijk zijn er wel dingen waar we een beetje aan moeten wennen. Boeken kaften bijvoorbeeld, dat ken ik niet van de lagere school. En schoolkinderen dragen hier een uniform. Op de meeste scholen is dat een overhemd met korte mouwen, groen-wit geblokt. Dat draag je op een spijkerbroek of spijkerrok. Onze school heeft een groen T-shirt, bedrukt met de naam van de school, ook gecombineerd met spijkergoed.
Een uniform heeft als grootste voordeel dat iedereen er hetzelfde uitziet. Hierdoor is het klassenverschil, dat hier echt enorm is, op school minder zichtbaar. En je hoeft niet te bedenken wat je aan doet ‘s ochtends.
Waar we ook een beetje aan moeten wennen zijn al de regels hier. Daar zijn er toch een paar bij die, vanuit ons perspectief bekeken, lastig te begrijpen zijn. Ja, laat ik het zo omschrijven.
Een voorbeeld? Oké. Op het schoolplein mag niet gerend worden, want dan kan je niet goed leren… Je mag niet bezweet raken, anders moet je opgehaald worden door je ouders… Los haar mag niet. Korte rokken en korte broeken zijn niet toegestaan. Een korte rok is een rok boven de knie, een korte broek is een short. Nog eentje? Je mag geen slippers dragen.
Echt schrikken was toen Gijs vertelde dat juf een kind een mep had gegeven. En bij navraag bleek dat waar te zijn. Het was een mep met een schrift tegen de arm, maar toch, daar schrikken wij toch wel van. Maar de juf en ik hebben overleg gehad, and we have come to an understanding. We hoeven ons dus geen zorgen te maken.