In De Telegraaf: Gooische Sukkels in de Jungle

En hoe gaat dat dan in het begin? Nou, niet altijd over rozen. Deze dan. We gingen op weg naar Saramacca. Is een soort provincie zeg maar, nooit eerder geweest. Familiebezoek. Had instructies gekregen. “Neem de bus naar Saramacca tot aan de brug, daar halen we je op”. Voor echte Surinamers waarschijnlijk gesneden koek, voor mij toch wat lastig. Welke bus? Welke brug?

Nu kom je hier al snel uit op dit soort beschrijvingen. Rij tot aan de brug. Tegenover de begraafplaats. Ga naar rechts bij het meloenenveld. Is ook nodig. Bebording ontbreekt meestal. Wegwijzers? Heb er al drie geteld. En het bord “Welkom in Saramacca” hoef je niet te zoeken, it’s not there.

Switi Sranan in De TelegraafBij de bushalte raak ik al danig in de war. Blijkbaar ben ik zo geconditioneerd dat ik het allemaal niet meet snap als ik boven het raam van de bus geen nummer en bestemming zie staan. Die vermelding kan hier in Suriname namelijk overal staan. Ergens op de bus zelf. Of op een met balpen beschreven kartonnetje achter het raam. Papiertje geplakt linksboven op de ruit. Any where.

Voor een toerist is dit een uitdaging, die bereidt zich ook voor. Lonely Planet Guide, plattegrondje. Zouden wij ook eens moeten doen. Besef me opeens dat ik altijd in een zeer gereguleerde habitat hebt geleefd. Mijn hele referentiekader blijkt opeens volledig onbruikbaar. Nou, lekker dan.

Aangekomen op de plaats van bestemming lijkt de buschauffeur toch enigszins bezorgd. Ik weet toch wel zeker dat we worden opgehaald? Tuurlijk! Ik zou even bellen. Maar nadat de telefoon voor de tweede keer niet over gaat, bestudeer ik het scherm van m’n iPhone iets beter. Geen service staat er. Damn! Waarom heb ik daar niet aan gedacht? En ja, dan opeens begrijp ik de werkelijke betekenis van “The Middle of Nowhere”!

De Telegraaf Switi Sranan

En zo leek deze dag steeds meer op een aflevering van “Gooische Sukkels in de Jungle”. Drie hele lange kilometer hebben we gelopen op een desolate weg. In de zinderende hitte. Zoekend naar een winkel met telefoon. Barstend van de dorst maar het beetje water wat ik nog heb bewaar ik voor de kinderen. Dochterlief stort bijna  ter aarde van ellende. De bus terug?  Yeah right, die vertrekt over drie uur.

Natuurlijk kwam alles goed. Gestopt bij het eerste huis dat we vonden zonder honden waarvan je werkelijk denkt dat ze je met huid en haar zullen opvreten gevraagd of we even mochten bellen. Dat mocht. We hebben hem in de categorie beginnersfoutjes gezet.

Deze week schrijft Switi Sranan blogs voor De Telegraaf. Lees De Telegraaf van vandaag.

Ilse in Switi Sranan

Surinaams koken. Masterclass: Saoto

Toen we net hier in Suriname waren, hebben we een poosje op Saramacca gewoond. Saramacca is een district, soort van provincie, en ligt ten westen van Paramaribo. Het is het platteland in de jungle. Agrarisch gebied. Er wonen veel boeren, planters, maar er wordt ook op grotere schaal landbouw bedreven. Daarnaast zijn er ook de olievelden zoals Sarah Maria waar Staatsolie aan oliewinning doet. Saramacca is een dun bevolkt gebied.

Op Saramacca heb ik Dette leren kennen. Onze kinderen zaten op dezelfde school. Dette is Javaanse, en kwam er al snel achter dat ik een grote voorliefde heb voor saoto. Er zijn maar weinig dingen waar ik mijn bed voor uit zou komen, maar een goede saoto? Absoluut!

Dette en ik hadden zeker een klik, maar Dette kon maar nauwelijks geloven dat ik geen saoto kan maken. En wat ze ook niet kon begrijpen is dat ik om elf uur  ’s ochtends nog steeds geen pruttelende pannen op het vuur had staan. Vond ze maar heel erg raar. En erger nog, dat ik om drie uur ’s middags nog steeds geen idee had wat we zouden gaan eten die dag, was echt onbegrijpelijk. Dat kon ze niet tot zich nemen. Ik hoor het haar nog zeggen, met enigszins verschrokken en grote kijkers. “Ils!!!! Je hebt nog niet gekookt?!  Maar wat ga je eten dan?”.

Dette heeft me zo vaak als ze kon grondig verwend met haar saoto. En die is ook fantastisch. Vind het ook een uitstekend idee dat ze haar eigen warung (eethuisje) gaat starten. Het gebouw is al klaar. Routebeschrijving? Op z’n Surinaams dan. Rij de weg van Uitkijk naar Groningen. Een paar kilometer na de brug rij je langs een wit bushokje (rechts) tot aan umts-mast (links). Daar is het. Wit huisje.

Dette kookt ook op bestelling en is al eens mijn reddende engel  geweest toen er voor een feestje op school de ouders werd gevraagd wat lekkere dingen mee te geven. Kregen tips mee.  Samosa, loempia’s. Draait men hier zijn hand niet voor om, maar deze bounty kan echt geen loempia’s maken. Nou, mijn zestig “zelfgemaakte” loempia’s kwamen dus van Dette!

Heb Dette gevraagd mij een van haar geheimen te verklappen. Dus vandaag, speciaal voor de kijkers thuis, een masterclass. Sauto volgens Dette. Heb het recept precies gelaten zoals zij het maakt. Moet eerlijkheidshalve bekennen dat er bij mij geen maggiblokjes en  adjinomoto in het keukenkastje komen. En ook belanden er geen vlerken en poten in mijn soepkom. Werd ze niet eens boos om. Ze vond het wel aandoenlijk. En wederom, onbegrijpelijk!

Saoto

Saoto

Kippenborst, vlerken en poten in water gaarkoken

Saoto

Saoto

Gare kip uit water scheppen

Saoto

Saoto

Pan met kokend water en salamblad

Saoto

Saoto

Dette snijdt ui in dunne partjes

Saoto

Saoto

Dette snijdt ui in dunne partjes

Saoto

Saoto

Saoto maken. Masterclass.

Saoto

Saoto

Maggiblokjes

Saoto

Saoto

Dette pelt knoflook

Saoto

Saoto

Bijna klaar

Saoto

Saoto

Flinke fik onder de pan

Saoto

Saoto

Kippenborst bakken in olie

Saoto

Saoto

Geplozen kip

Saoto

Saoto

Gropesi oftewel, taugé

Saoto

Saoto

Gebakken soeeon en aardappelreepjes

Saoto

Saoto

Vulling in soepkom "zetten"

SaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaotoSaoto

Saoto:
500 gram kippenborst
500 gram kippenvlerken en poten (die waar je de “tenen” aan ziet zitten, dus geen drumsticks)
2 salamblaadjes
4 takjes prei, fijngesneden ( heet in NL bosui)
1 takje soepgroente, fijngesneden (heet in NL bladselderij)
Stuk gember zo groot als je duim, geschild
Stuk laos zo groot als je duim, geschild
15 maggiblokjes
1 afgestreken eetlepel suiker
1 flinke eetlepel zout
1 afgestreken theelepel zwarte peper, poeder
15 lontai (heet in NL pimentkorrels)
1 ui, in dunne partjes
5 teentjes knoflook, geplet
3 flinke eetlepels gebakken ui met knoflook (kant en klaar te koop in Surinaamse winkel, hier bij chinees)
Ketjapsambal (ook te koop, voor de keukenprinsen en  prinsessen, 1 kopje sieuw, half kopje water, naar smaak knoflook, peper en suiker)

Vulling
Eieren (zoveel als er eters zijn)
Fijngesneden bladselderij, alleen blaadjes
Gropesi (tauge)
Gekookte Surinaamse rijst, wit
Gebakken soeoen met gebakken aardappelreepjes (kant en klaar, chinees cq Surinaamse winkel)

De kippenborst en vlerken koken in ruim water tot het gaar is.

Eieren hardkoken en pellen.

Grote soeppan vullen met water en koken (liter of 3 gok ik). Toevoegen salamblaadjes, prei (bosui), soepgroente (bladselderij), gember, laos, maggiblokjes, suiker, zout, zwarte peper, lontai, ui, knoflook, gebakken ui met knoflook, adjinomoto. Laten koken.

Als de kip gaar is uit de pan halen. Borst laten afkoelen, bakken in hete olie en daarna pluizen (in kleine draadjes  uiteen halen). Vlerken en poten aan soep toevoegen.

Vulliing in komen “zetten”. Je schept dus wat geplozen kip er in, tauge, gehakte selderij, de soeon met aardappelreepjes en de peperketjap. Eitje er in. En een schep rijst natuurlijk. Want een beetje Surinamer kan niet soep eten zonder rijst. Daarna soep er op scheppen. Met vlerken en poten indien gewenst.

Enjoy!

ilse-in-switi-sranan

 

Gooische Sukkels in de Jungle

Vandaag hadden we een uitje. Een lieve tante die in Nederland woont maar ook hier in Su een huis heeft is vorige week hier aangekomen. In Nederland had ze al eens verteld dat ze buiten de stad woont. Als men het heeft over de stad, dan bedoelt men Paramaribo. “Veel mensen vinden dat ik ver weg woon”, vertelde ze. Tante zelf vond dat reuze meevallen.

Natuurlijk had ik tante gevraagd waar ze woont, en welke bus ik moest nemen. Al snel kreeg ik een berichtje terug. Ze schreef dat ik de bus moest nemen naar de brug, en daar zou ze me ophalen. Dit soort aanwijzingen krijg je hier vaker. Voor echte Surinamers is dat ook voldoende. Gesneden koek. Maar voor ons toch een tikkeltje lastig.Nu kom je al snel op dit soort beschrijvingen uit omdat bebording zoals wij het kennen ontbreekt. Wegwijzers zijn wel aanwezig zo hier en daar, ik heb er al drie geteld, maar vaak zo verbleekt door de zon dat ze niet leesbaar zijn. Het einde van de stad wordt niet gemarkeerd door een bord maar is herkenbaar doordat je steeds minder woningen ziet, en naar het bord “Welkom in Maho” hoef je hier niet te zoeken. It’s not there.

Waarschijnlijk is dat ook niet nodig als je van hier bent, Dan ken je dan de omgeving op je duimpje. Als toerist of backpacker waarschijnlijk ook geen punt. Gewapend met een Lonely Planet Travel Guide en een plattegrond kom je een heel eind. Misschien is dat helemaal niet zo’n gek idee, om voorlopig onszelf meer als toerist te beschouwen dan als ingezetene. Dan tref je toch een ander soort voorbereiding. Tsja, aandachtspuntje.

Neem de bus naar Creola maar, zei tante toen ik de lijst met mogelijke bussen had opgesomd. Maar volgens het schema van de Lantibussen bleek dat we de bus al hadden gemist, ook al was het nog niet eens zeven uur. Lantibussen zijn overheidsbussen.

Dat de bus al om half zes ‘s ochtends vertrekt, en de volgende pas om half vier ‘s middags, deed geen belletje doen rinkelen zoals m’n nichtje me later die avond vroeg toen we de dingen van de dag bespraken. En al zou er een belletje afgaan, ik zou het niet horen.

Klaarblijkelijk verkeer ik in een soort van cultuurschok en staat m’n queue helemaal vol met alle nieuwe indrukken die nog verwerkt moeten worden. Dat is voor een hoogsensitief-typje als ikzelf niet niks kan ik u vertellen. Je hebt gewoon geen referentiekader meer. Nou ja, je hebt hem wel, maar hij is volledig onbruikbaar geworden.

Dus zelfs al zou je me naast de luidende klokken van de Notre Dame zetten, ik zou ze nog niet horen. Als alles vreemd is, is niets gek. Snap je wat ik bedoel?

Goed, we zouden de bus naar Maho nemen. De route helemaal uitrijden en als we er waren tante bellen, dan zou ze ons komen halen. De bus naar Maho zou om negen uur vertrekken, dus genoeg tijd om rustig te douchen.

De Lantibussen vertrekken op de Heiligeweg. Daar aangekomen, met de taxi want de bus naar de stad hadden we al gemist omdat ik verkeerd op het schema had gekeken, lopen we naar de bus met een bordje “Maho” op het dashboard. De buschauffeur kijkt enigszins geschrokken naar ons wanneer we zijn bus in willen stappen. Hij vraagt of ik naar Groningen moet, en aan zijn gezicht zie je dat hij een ontkennend antwoord verwacht. Maar nee hoor, ik heb me niet vergist en zeg tegen hem dat ik naar Maho ga. Dat is nog voorbij Groningen. Hij kijkt nog eens op, verbaast dat ik toch wel in zijn bus moet zijn en knikt wat vertwijfeld.

De busrit is eindeloos maar dat is oké. Wat mij betreft geen betere manier een nieuwe omgeving te leren kennen dan het nemen van bus of tram. Het is niet duur, je hoeft niet te rijden dus hebt voldoende tijd om uitgebreid de omgeving in je op te nemen.

Eerst de drukke Kwattaweg afgereden maar op een gegeven moment wordt het straatbeeld rustiger. Er komt steeds meer ruimte tussen de huizen. En later steeds minder huizen tussen de ruimtes. Totdat er aan beide kanten van de weg alleen maar groen is. Groen van gras, groen van bomen, groen van akkers ­­met gras en ­­koeien. Een bijna Hollands beeld. Tenminste, totdat je weer een stuk land vol met bananenbomen passeert, dat is dan weer heel on-Hollands.

Het tweede geluk was dat we helemaal naar de eindhalte moesten gaan. Het doen stoppen van de bus op de plek waar je wilt uitstappen is ook een ding apart. Er zit namelijk geen knopje in de bus om op te drukken als je uit wilt stappen. Je moet roepen. Chauffeur, halte! Of zoiets.

Dan pas dringt tot je door dat je hele leven zich in een zeer gereguleerde habitat heeft afgespeeld. Alles is bij ons tot in de puntjes geregeld. Van spoorboekjes tot vertrekborden, servicelijnen en routeplanners, tramnummers, buslijnen, niet te vergeten een fijne omroepster voor als de trein een keer op een ander perron staat en meldingen op electronische borden voor het geval je vervoersmiddel vertraging heeft en indien dit zo is, wordt je meteen gemeld hoeveel minuten je extra moet verpozen. Het valt je niet eens op. Totdat…..

Ja. Totdat je een bus moet zoeken welke geen nummer heeft maar wel een bestemming. Maar deze bestemming kan je niet vinden. Want je hebt nooit geleerd dat deze soms op een papiertje staat dat op de voorruit geplakt is. Of een kartonnetje, aan de linkerzijde. En soms aan de rechterzijde. Of soms gewoon op de bus zelf. Zo gecultiveerd zijn we dus. Dat als de bus geen nummer bovenaan het raam heeft we in de war raken. Nou ja, laat ik voor mezelf spreken. Ik raak in de war.

Enfin, de laatste halte was een wit houten hokje (sorry, vergeten foto te maken). Toen we uitstapte vroeg de chauffeur toch nog voor de zekerheid of we opgehaald zouden worden. Nadat ik hem heb gezegd dat dit inderdaad het geval was, vroeg ik hem hoe laat de bus weer terug gaat. Er zou er nog een gaan, en die zou om kwart voor twee vertrekken. Toen zijn we uitgestapt, de bus is gedraaid en heeft zijn route terug richting de stad aangevangen.

Nadat ik kort om me heen heb gekeken naar deze totaal verlaten weg, pak ik de telefoon en bel m’n tante. De telefoon gaat niet over. Mmm, verkeerde knopje ingedrukt zeker. Ik bel nog een keer. De telefoon gaat weer niet over. Deze keer inspecteer ik het scherm van mijn telefoon iets beter. Geen service staat er. Geen service? Geen service? Mijn God! Geen service! Ja, en wat nu???

Wachten op de bus terug dat zou nog heel lang duren, het was namelijk pas half elf. Wachten totdat ze ons zouden zoeken omdat we niet kwamen opdagen? Die gok durfde ik niet te wagen. Dus daar stonden we dan. En pas op dat moment begrijp je de werkelijke betekenis van “The Middle of Nowhere”! Want mijn God, dat is waar we waren beland.

En zo leek deze dag steeds meer op een aflevering van Gooische Sukkels in de Jungle. Tsjonge, jonge, jonge. Hoe had ik daar nou niet aan kunnen denken? Dat als je zo ver weg gaat je misschien geen bereik hebt? Nou, daar heb ik wel een antwoord op. Omdat ik eerder overal bereik heb gehad. Al zaten we ergens midden in het oerwoud, op een plek waar geen huis staat en geen auto komt, je gsm, of cell zoals dat hier heet, doet het altijd. Nou, niet dus

Oké , oké , don’t panic. Zeker niet met die twee kleintjes erbij want niets is meer angstaanjagend dan je moeder in paniek. Dus denk na, sprak ik mezelf toe. Zei tante niet dat haar huis verder was dan de eindhalte? Dat betekent dat we niet naar links moeten op deze T-splitsing, dat is waar we vandaan komen. Blijft over de weg die rechtdoor gaat en een zandweg. Ik besluit de weg rechtdoor te nemen. Dan kunnen we stoppen als we bij een winkel komen voor water en om even te bellen. En wie weet zien we wel gewoon het huis van mijn tante.

Yeah, right! Helaas. Na toch zeker drie kilometer in de zinderende hitte te hebben gelopen, een dochter die bijna ter aarde stort van ellende, zelf barstend van de dorst omdat ik het weinige water dat we mee hadden voor de kinderen wilde bewaren, besloot ik dat het tijd werd om hulp te zoeken. Bij het eerste huis dat we vonden, tenminste de eerste zonder honden die zo tekeer gaan dat je echt denkt dat ze je op gaan vreten, gevraagd of we even mochten bellen. Dat mocht!

Niet alleen mochten we bellen, we kregen ook een stoel aangeboden in de schaduw en een glas cola in onze handen geduwd. Je gelooft me vast wel als ik je vertel dat ik nog nooit zoiets lekkers heb gedronken. In Hamburg waren we beland, zo werd ons verteld. Als we verder rechtdoor hadden gelopen, zouden we weer in de stad gekomen zijn.

En zo kwam het dus goed uiteindelijk. En na een gezellige dag, hebben we om zes uur in Creola de bus terug naar huis genomen. Aangekomen in de stad ben ik met de kinderen naar ’t Vat gegelopen, voor een zuurverdiend ijsje. Daarna een taxi gebeld om naar huis te gaan. Maar weer gaat de telefoon niet over….. Storing bleek, bij Telesur.

Thuis gekomen voelde ik me, hoe gek het ook klinkt, fantastisch. Deze sukkel heeft namelijk de dag overleefd en met goed gevolg afgesloten. Ik beschouw het als een teken. Dat deze hele expeditie naar Su af en toe lastig zal zijn, maar uiteindelijk een succes zal worden!