White Beach Waterpark Low Budget

De typisch Surinaamse manier van chillen is naar een van de vele recreatieplaatsen aan het water gaan. In bikini, badpak of zwembroek, kijken naar de ruisende palmbomen, lekker zwemmen, tropisch warm met een lekker windje, liggen in een hangmat. Klinkt ook niet verkeerd toch?

Vind ik ook. En dat is hier in Suriname dus doodnormaal. Waar we normaal vaak een jaar op moeten teren, kan hier elke week. Je gaat gepakt en gezakt, neemt van alles mee. Grote koelbox, onderweg kun je die met ijsblokjes laten vullen voor een paar srd. Eten neem je ook mee. Zelfgemaakt, of nou ja, door je tante die zo verschrikkelijk lekker kan koken. Of zelf gekocht, ook prima. Hangmat mee en gaan.

Surinamers gaan meestal met familie. In groten getale rijden ze heen met auto’s of huren een bus. Of twee. Toeristen boeken een trip via een van de vele touroperators hier. Voor zo’n 45,- euro per persoon boek je zo’n georganiseerde bustrip.

Maar wat als je geld zo’n beetje op is en je hebt nog een stukje maand over? Of je hebt geen auto zoals wij, niemand anders gaat en je wilt toch heen voor niet teveel? Dan kun je low budget met de bus. Het enige recreatieoord dat je met de bus kunt bereiken, voor zover ik weet, is White Beach. But hey, dat is geen straf!

(Nou, dat zijn er dus twee, je kunt ook naar Waterpark. En daarmee hebben wij dus al kennis gemaakt. Zonder het te weten weliswaar. Waterpark en White Beach liggen dus naast elkaar. Was vroeger één, maar “in goed gezamenlijk overleg” gesplitst. En dus bleek maanden later dat wij helemaal niet bij White Beach zijn geweest maar bij Waterpark. Inmiddels hebben we White Beach ook gezien. Maar daarover een andere keer meer”)

White Beach ligt iets voorbij Domburg, en heeft zoals de naam al doet vermoeden een prachtig wit strand (en Waterpark dus ook…). Opgespoten weliswaar want Suriname kent geen zandstranden. Wel een heleboel modder. Toko toko (spreek uit. tokko tokko) heet dat zo mooi.

En dus togen wij om 8.40 uur met handdoeken, badkleding, een voetbal, boekje voor iedereen, een grote fles water, boterhammen en een zakje chips naar de bus. De bus, een lantibus, kost 0,85 srd per persoon. Aangekomen bij het busstation op de Heiligeweg loop je een klein stukje verder naar de PDP bus. Paramaribo-Domburg-Paramaribo. Deze vertrekt ook vanaf de Heiligeweg en kost 2,45 srd per persoon. Één héél klein puntje, de bus vertrekt zodra hij vol is. En dat kan eventjes duren.

Maar goed, na zo’n drie kwartier wachten gaat hij uiteindelijk en vangt de reis naar Domburg aan. Onderweg veel te zien, vooral als je de stad verlaat doet de aanblik denken aan het Suriname zoals ik het uit mijn jeugd ken. Eenvoudige houten huizen met een groot erf, vol met fruitbomen. Wegen van zand. Alles met een beslist eenvoudige maar gezellige sfeer.

Op een gegeven moment, als we parallel aan de Surinamerivier rijden verandert de setting. Hier zie je schitterende huizen, paleizen bijna. Groot, groter, grootst. Vergeet Vinkeveen, vergeet de Loosdrechtse Plassen. Denk Beverly Hills sur mer! Ook dat is Suriname.

Tegen elf uur komen we aan. Voor mezelf en twee kinderen betaal ik 20 srd entree. We lopen naar het strandje waar strandhutten en parasols staan. Een strandhut heb je vanaf 60 srd, perfect om je hangmat in op te hangen. We nemen vandaag echter de low budget parasol met bankjes. Die is gratis.

Nou, de rest van de dag laat zich raden. We hebben heerlijk gezwommen,, geluierd, gespeeld in het water, zandkastelen gebouwd, ga zo maar door. Just a perfect day!

Terug zijn we gegaan met de lantibus. De PDP vertrekt namelijk niet later dan 15.00 uur terug naar de stad. De lantibus naar Paramaribo komt uit de richting van Domburg en is er zo rond 18.00 uur, maar je doet er goed aan om vanaf 17.30 uur aan de weg te staan. Zodat je hem niet mist. De lantibus kost 1,65 srd per persoon.

Alles bij elkaar komt dat op 34,85 srd. Dat is ongeveer 7,75 euro. Ga je wel met de auto, dan neem je vanuit Paramaribo de Highway. De Martin Luther Kingweg rij je af. Na ongeveer drie kwartier kom je bij Paranam. Net daarvoor neem je de weg naar links. Na een paar minuten rijden zie je White Beach (en Waterpark!) aan je rechterzijde.

 

Gooische Sukkels in de Jungle

Vandaag hadden we een uitje. Een lieve tante die in Nederland woont maar ook hier in Su een huis heeft is vorige week hier aangekomen. In Nederland had ze al eens verteld dat ze buiten de stad woont. Als men het heeft over de stad, dan bedoelt men Paramaribo. “Veel mensen vinden dat ik ver weg woon”, vertelde ze. Tante zelf vond dat reuze meevallen.

Natuurlijk had ik tante gevraagd waar ze woont, en welke bus ik moest nemen. Al snel kreeg ik een berichtje terug. Ze schreef dat ik de bus moest nemen naar de brug, en daar zou ze me ophalen. Dit soort aanwijzingen krijg je hier vaker. Voor echte Surinamers is dat ook voldoende. Gesneden koek. Maar voor ons toch een tikkeltje lastig.Nu kom je al snel op dit soort beschrijvingen uit omdat bebording zoals wij het kennen ontbreekt. Wegwijzers zijn wel aanwezig zo hier en daar, ik heb er al drie geteld, maar vaak zo verbleekt door de zon dat ze niet leesbaar zijn. Het einde van de stad wordt niet gemarkeerd door een bord maar is herkenbaar doordat je steeds minder woningen ziet, en naar het bord “Welkom in Maho” hoef je hier niet te zoeken. It’s not there.

Waarschijnlijk is dat ook niet nodig als je van hier bent, Dan ken je dan de omgeving op je duimpje. Als toerist of backpacker waarschijnlijk ook geen punt. Gewapend met een Lonely Planet Travel Guide en een plattegrond kom je een heel eind. Misschien is dat helemaal niet zo’n gek idee, om voorlopig onszelf meer als toerist te beschouwen dan als ingezetene. Dan tref je toch een ander soort voorbereiding. Tsja, aandachtspuntje.

Neem de bus naar Creola maar, zei tante toen ik de lijst met mogelijke bussen had opgesomd. Maar volgens het schema van de Lantibussen bleek dat we de bus al hadden gemist, ook al was het nog niet eens zeven uur. Lantibussen zijn overheidsbussen.

Dat de bus al om half zes ‘s ochtends vertrekt, en de volgende pas om half vier ‘s middags, deed geen belletje doen rinkelen zoals m’n nichtje me later die avond vroeg toen we de dingen van de dag bespraken. En al zou er een belletje afgaan, ik zou het niet horen.

Klaarblijkelijk verkeer ik in een soort van cultuurschok en staat m’n queue helemaal vol met alle nieuwe indrukken die nog verwerkt moeten worden. Dat is voor een hoogsensitief-typje als ikzelf niet niks kan ik u vertellen. Je hebt gewoon geen referentiekader meer. Nou ja, je hebt hem wel, maar hij is volledig onbruikbaar geworden.

Dus zelfs al zou je me naast de luidende klokken van de Notre Dame zetten, ik zou ze nog niet horen. Als alles vreemd is, is niets gek. Snap je wat ik bedoel?

Goed, we zouden de bus naar Maho nemen. De route helemaal uitrijden en als we er waren tante bellen, dan zou ze ons komen halen. De bus naar Maho zou om negen uur vertrekken, dus genoeg tijd om rustig te douchen.

De Lantibussen vertrekken op de Heiligeweg. Daar aangekomen, met de taxi want de bus naar de stad hadden we al gemist omdat ik verkeerd op het schema had gekeken, lopen we naar de bus met een bordje “Maho” op het dashboard. De buschauffeur kijkt enigszins geschrokken naar ons wanneer we zijn bus in willen stappen. Hij vraagt of ik naar Groningen moet, en aan zijn gezicht zie je dat hij een ontkennend antwoord verwacht. Maar nee hoor, ik heb me niet vergist en zeg tegen hem dat ik naar Maho ga. Dat is nog voorbij Groningen. Hij kijkt nog eens op, verbaast dat ik toch wel in zijn bus moet zijn en knikt wat vertwijfeld.

De busrit is eindeloos maar dat is oké. Wat mij betreft geen betere manier een nieuwe omgeving te leren kennen dan het nemen van bus of tram. Het is niet duur, je hoeft niet te rijden dus hebt voldoende tijd om uitgebreid de omgeving in je op te nemen.

Eerst de drukke Kwattaweg afgereden maar op een gegeven moment wordt het straatbeeld rustiger. Er komt steeds meer ruimte tussen de huizen. En later steeds minder huizen tussen de ruimtes. Totdat er aan beide kanten van de weg alleen maar groen is. Groen van gras, groen van bomen, groen van akkers ­­met gras en ­­koeien. Een bijna Hollands beeld. Tenminste, totdat je weer een stuk land vol met bananenbomen passeert, dat is dan weer heel on-Hollands.

Het tweede geluk was dat we helemaal naar de eindhalte moesten gaan. Het doen stoppen van de bus op de plek waar je wilt uitstappen is ook een ding apart. Er zit namelijk geen knopje in de bus om op te drukken als je uit wilt stappen. Je moet roepen. Chauffeur, halte! Of zoiets.

Dan pas dringt tot je door dat je hele leven zich in een zeer gereguleerde habitat heeft afgespeeld. Alles is bij ons tot in de puntjes geregeld. Van spoorboekjes tot vertrekborden, servicelijnen en routeplanners, tramnummers, buslijnen, niet te vergeten een fijne omroepster voor als de trein een keer op een ander perron staat en meldingen op electronische borden voor het geval je vervoersmiddel vertraging heeft en indien dit zo is, wordt je meteen gemeld hoeveel minuten je extra moet verpozen. Het valt je niet eens op. Totdat…..

Ja. Totdat je een bus moet zoeken welke geen nummer heeft maar wel een bestemming. Maar deze bestemming kan je niet vinden. Want je hebt nooit geleerd dat deze soms op een papiertje staat dat op de voorruit geplakt is. Of een kartonnetje, aan de linkerzijde. En soms aan de rechterzijde. Of soms gewoon op de bus zelf. Zo gecultiveerd zijn we dus. Dat als de bus geen nummer bovenaan het raam heeft we in de war raken. Nou ja, laat ik voor mezelf spreken. Ik raak in de war.

Enfin, de laatste halte was een wit houten hokje (sorry, vergeten foto te maken). Toen we uitstapte vroeg de chauffeur toch nog voor de zekerheid of we opgehaald zouden worden. Nadat ik hem heb gezegd dat dit inderdaad het geval was, vroeg ik hem hoe laat de bus weer terug gaat. Er zou er nog een gaan, en die zou om kwart voor twee vertrekken. Toen zijn we uitgestapt, de bus is gedraaid en heeft zijn route terug richting de stad aangevangen.

Nadat ik kort om me heen heb gekeken naar deze totaal verlaten weg, pak ik de telefoon en bel m’n tante. De telefoon gaat niet over. Mmm, verkeerde knopje ingedrukt zeker. Ik bel nog een keer. De telefoon gaat weer niet over. Deze keer inspecteer ik het scherm van mijn telefoon iets beter. Geen service staat er. Geen service? Geen service? Mijn God! Geen service! Ja, en wat nu???

Wachten op de bus terug dat zou nog heel lang duren, het was namelijk pas half elf. Wachten totdat ze ons zouden zoeken omdat we niet kwamen opdagen? Die gok durfde ik niet te wagen. Dus daar stonden we dan. En pas op dat moment begrijp je de werkelijke betekenis van “The Middle of Nowhere”! Want mijn God, dat is waar we waren beland.

En zo leek deze dag steeds meer op een aflevering van Gooische Sukkels in de Jungle. Tsjonge, jonge, jonge. Hoe had ik daar nou niet aan kunnen denken? Dat als je zo ver weg gaat je misschien geen bereik hebt? Nou, daar heb ik wel een antwoord op. Omdat ik eerder overal bereik heb gehad. Al zaten we ergens midden in het oerwoud, op een plek waar geen huis staat en geen auto komt, je gsm, of cell zoals dat hier heet, doet het altijd. Nou, niet dus

Oké , oké , don’t panic. Zeker niet met die twee kleintjes erbij want niets is meer angstaanjagend dan je moeder in paniek. Dus denk na, sprak ik mezelf toe. Zei tante niet dat haar huis verder was dan de eindhalte? Dat betekent dat we niet naar links moeten op deze T-splitsing, dat is waar we vandaan komen. Blijft over de weg die rechtdoor gaat en een zandweg. Ik besluit de weg rechtdoor te nemen. Dan kunnen we stoppen als we bij een winkel komen voor water en om even te bellen. En wie weet zien we wel gewoon het huis van mijn tante.

Yeah, right! Helaas. Na toch zeker drie kilometer in de zinderende hitte te hebben gelopen, een dochter die bijna ter aarde stort van ellende, zelf barstend van de dorst omdat ik het weinige water dat we mee hadden voor de kinderen wilde bewaren, besloot ik dat het tijd werd om hulp te zoeken. Bij het eerste huis dat we vonden, tenminste de eerste zonder honden die zo tekeer gaan dat je echt denkt dat ze je op gaan vreten, gevraagd of we even mochten bellen. Dat mocht!

Niet alleen mochten we bellen, we kregen ook een stoel aangeboden in de schaduw en een glas cola in onze handen geduwd. Je gelooft me vast wel als ik je vertel dat ik nog nooit zoiets lekkers heb gedronken. In Hamburg waren we beland, zo werd ons verteld. Als we verder rechtdoor hadden gelopen, zouden we weer in de stad gekomen zijn.

En zo kwam het dus goed uiteindelijk. En na een gezellige dag, hebben we om zes uur in Creola de bus terug naar huis genomen. Aangekomen in de stad ben ik met de kinderen naar ’t Vat gegelopen, voor een zuurverdiend ijsje. Daarna een taxi gebeld om naar huis te gaan. Maar weer gaat de telefoon niet over….. Storing bleek, bij Telesur.

Thuis gekomen voelde ik me, hoe gek het ook klinkt, fantastisch. Deze sukkel heeft namelijk de dag overleefd en met goed gevolg afgesloten. Ik beschouw het als een teken. Dat deze hele expeditie naar Su af en toe lastig zal zijn, maar uiteindelijk een succes zal worden!