Het weer in Suriname is echt een verhaal apart. Afgelopen week hebben we de krant in Nederland toch maar weer gehaald. En het ging deze keer niet eens over meneer Bouterse. Maar de storm, hoe hevig het ook was, laat ik nu even voor wat het was. Eerst nog een keer over de regen.
Hier in Suriname hebben we niet de vier jarengetijden. Winter, herfst, lente, daar doen we niet aan. Hier is het zomer. Altijd zomer. Hoogzomer. Tenminste, als je op de temperatuur afgaat. Maar het weer is niet altijd hetzelfde. Wij kennen hier de regentijd en de droge tijd. En van beide een grote en een kleine.
Toen ik een poos geleden foto’s van ons nieuwe huis stuurde naar een vriend, zei hij meteen dat wanneer hij hier zou zijn hij wel een keer het gras zou sproeien voor me. Lachend vertelde ik hem dat hij dat best mocht doen, maar dat hij wel op veel bekijks moest rekenen. Hij zou de enige zijn die hier de tuin besproeid. Hij reageerde enigszins meewarig, en dat is eigenlijk niet zo gek. Ook ik zou het voorheen niet begrepen hebben.
Dat ik bij het woord regen iets anders moest verwachten dan ik tot nog toe had gedaan, bleek tijdens een van mijn lessen Sranantongo. Ik was naar Arnhem afgereisd voor een les bij mijn docent, René Hart. Conversatie was uiteraard in het Surinaams, en toen hij mij vroeg hoe de reis was geweest vertelde ik hem dat het flink had geregend onderweg. Dat resulteerde in een oorverdovend lachsalvo, waarna hij zei dat het alleen had gemotregend. Spit’spiti. Zelf vond ik dat het beslist niet gekwalificeerd kon worden als wat gespetter, maar goed.
Twee jaar geleden toen we een paar dagen op Commewijne waren, het was augustus, begreep ik opeens waar hij zo om moest lachen destijds. De entourage op plantage is eenvoudig. Douche is niet aanwezig, de waterleiding niet aangelegd. Het bos is de badkamer en wassen, baden, doe je buiten. Met een emmertje schep je water uit de grote ton en bevochtig je jezelf rijkelijk. Ik zou zeggen, beschouw het als een soort hard core natuurcamping.
Maar het was de droge tijd. De emmers waren leeg. Water werd uit de rivier gehaald, maar dat is een beperkte toevoer. De rivier is namelijk een eindje verderop. En toen kwam de regen. Alen o kon!
In allerijl werden de smalle zinkplaten zo in de dakgoot gelegd, dat het een verbinding maakte met de lege tonnen. En daar gebeurde het onvoorstelbare. Binnen twee minuten waren alle vier de reusachtige tonnen tot aan de rand toe gevuld. Alle tonnen, alle emmers, alle bakken, vol. Ze overstroomden. Daarna hebben we gedoucht. Shampoo in het haar, en douchen maar. Onvoorstelbaar. Wat een water! Dus dat is een sibibusi. Stortregen. We weten nu wat dat betekent.
En als het zo hard regent, kun je maar beter schuilen. Is het beste. Echt. Je kunt natuurlijk denken even snel naar je auto te rennen. Maar al staat hij maar zes meter verderop, je wordt drijf maar dan ook drijfnat. Je kleren compleet doorweekt. Alsof je met kleding aan in bad hebt gezeten.
Inmiddels zitten we in de grote regentijd. En wat toen slechts een kwartiertje duurde, duurt nu soms de hele dag. Straten lopen onder, je kunt niet eens meer naar de overkant. Het ziet er werkelijk uit alsof je de auto hebt geparkeerd in de jachthaven. Opeens woon je aan de grachtengordel. En als je onderweg bent, ben je zomaar kapitein geworden op je eigen schip. Je vaart.
Er wordt veel geklaagd over de infrastructuur van Suriname. Het is niet af, het is stuk, er zitten kuilen in, nou ja, van alles. Het deugt niet. Maar toen ik vorige week weer aan het varen was, bedacht ik me opeens het volgende. Dit soort buien, is hier momenteel dagelijkse kost. En als het natuurgeweld over is, kan het best een paar uur duren, maar daarna zijn de plassen weg.
Nou, ik weet zeker dat als we in Nederland zo’n uren durende sibibusi zouden krijgen, was het hele land ontwricht. Zo niet gezonken. Daar is geen dijk tegen bestand. En de Deltawerken? Daar ga je ook de oorlog niet mee winnen. Dus zo slecht is het helemaal niet. Want die Surinaamse regen, dat is pas regen! Sranan alen, dat’ na alen!



Jaahhh, ik kan het maar niet laten…..ik hou van je schrijfstijl…ik heb net zitten voorlezen aan “Boekie”. Complimenten en veel liefs, M&M
Vergeet niet die geweldige zoon en mooie dochter te groeten van mij met een flinke Brassa!!
Yeah! You are my biggest fan. En als je nou ff die enorme auto van je parkeert als je weer langs rijdt, kan die brasa zelf even uitdelen. It’s about time! Geef ik hem ook dan.
Ciao bella.