Hengelen

Wat is er nou mooier dan leven in de natuur? In verbinding met de aarde? Als dat ergens mogelijk is, is het hier. Het is nooit te koud om naar buiten te gaan. Je wilt hooguit weten of het niet gaat regenen vandaag, eventjes gaat regenen vandaag of langdurig gaat stortregenen vandaag. Maar zelfs dat laatste is niet echt een reden om niet naar buiten te gaan.

Daar zijn we dus ook vaak. buiten. Dyompo futu spelen of voetballen. Dagelijks terugkerende bezigheden. Of ergens gaan zwemmen gewapend met hangmat? Sure! Wat normaal alleen tijdens de drie weken vakantie kan, kan hier elke week. Maar hoog op het favorietenlijstje staat hengelen. Vissen. Dat is een all time favorite geworden.

Nu is dat niet mijn lijstje, staat niet in mijn top drie. Ik ben absoluut voorstander van leven met de natuur. En het lukt me zelfs om te “overleven” in de natuur. Maar wel als vegetariër. Want jagen en vissen, ik weet het niet hoor. Ik jaag liever op meloenen. Of bitawiwiri. Tomaten wat mij betreft. Gaat héél goed.

En tuurljk eet ik gerust wel vlees. En kip. En vis. Maar zelf gevangen? Dat is een skill die ik me niet eigen heb gemaakt. Mijn kwaliteiten liggen op een heel ander vlak. En ja, ik weet heus wel dat kip niet uit de fabriek komt, en dat vissticks niet in het water zwemmen. Heus. I know. Maar het is gewoon een brug te ver.

Daar denkt de jongste heel anders over. Gewapend met niets anders dan een stukje vislijn en een haakje stapt hij onverschrokken met oma in een wankel bootje, en hengelt zelfs – zonder hengel – als eerste een vis uit de liba. De rivier. De vissen gaan op ijs en als ik hem op zondagavond ophaal krijgen we de bonus van de week. De zelf gevangen vis.

En tuurlijk ben ik trots. Apetrots zelfs. En tuurlijk ben ik een enthousiast publiek dat vooraan staat om hard te applaudisseren voor hem. En het is zelfs wel een aardige gedachte dat we dankzij hem niet als vegetariër door het leven zouden hoeven gaan als we werkelijk langere tijd in de bush zouden moeten doorbrengen. Maar dan! Dan begint pas de ellende.

Want wie moet die vis schoonmaken? Precies! Oh God heb genade. Ik zal eerlijk bekennen, dat ik serieus heb overwogen die rakker gewoon weer in de plomp te gooien om te zien of hij nog kon zwemmen. En dan gewoon vissticks te kopen om vervolgens te zeggen: “Kijk wat mama er van heeft gemaakt? Lekker hè? Ik heb hem gepaneerd!”.

Maar ik heb het gedaan. Vloekend en tierend, dat wel. Ik heb geschreeuwd. Geschreeuwd dat ik niet voor niets geen gynaecologie heb gestudeerd. Kokhalzend stond ik daar, ook dat. En knap gereedschap? Ho maar! Met een aardappelschilmesje en een knutselschaar ben ik hem te lijf gegaan. Met als resultaat dat na afloop ik geschubd was en de vis voor de tweede keer overleden. Maar ik heb gewonnen.

Daarna heb ik hem gebakken, zelfs dat. En Gijs heeft genoten. Tsja, daar doen we het dan maar voor.

ilse-in-switi-sranan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>