Terug naar mijn roti

Ramon Beuk maakte vorig jaar deze serie, “Terug naar mijn roti“. Na bijna dertig jaar kwam hij terug in Suriname en reisde al kokend het hele land door. De laatste jaren in Nederland zocht ik naarstig naar elk stukje Suriname dat ik kon zien of lezen. De serie vond ik dan ook werkelijk een zegen. Heb het van begin tot eind helemaal opgezogen. En meer dan eens.

Omdat het fantastisch blijft om naar te kijken zet ik hem vandaag hier voor je neer. Er zijn acht afleveringen, dit is de eerste maar de rest vind je zelf wel. En nee, dat ik vandaag niet zoveel schrijf is heus niet omdat ik wegens het inluiden van mijn drieënveertigste levensjaar iets wat teveel gezelligheid heb ondergaan. Heus niet.

Geniet van “Terug naar mijn roti”.
Ilse in Switi Sranan

Switi Sranan

De meeste stukken schrijf ik van tevoren, in bulk, zodat ik ook in drukke tijden iets kan komen vertellen. Vandaag zou ik je vertellen over het taalgebruik in Suriname. Het Surinaamse Nederlands is anders en leuk om over te vertellen. Maar ik heb me bedacht. Kom vandaag toch met iets anders. Last minute decision.

Ik reed zonet namelijk naar huis, van het werk. Ietsje vroeger vandaag. Ik reed op de Gravenstraat en ik weet niet waarom, maar opeens schoot me te binnen dat aanstaande dinsdag we drie stoelen hebben in de KL714, de KLM-vlucht van Paramaribo naar Amsterdam. Geboekt in augustus vorig jaar. Een enkele reis boeken is namelijk duurder dan een retour. En daarnaast was het een escape. Voor als het echt niet zou lukken hier.

De eventuele terugkeerdatum stond dus vast. Stoelen gereserveerd. Het enige dat we hoefden te doen is de koffers weer in te pakken en binnen negen uur zouden we voet op Nederlandse bodem zetten. Dan waren we terug. Thuis.

Ik heb al eens verteld, ik kan niet zo goed tegen verandering. En onze verhuizing naar Suriname was, in ieder geval voor mij, een enorme verandering. En laat ik eerlijk zijn, het is niet altijd makkelijk geweest. Echt niet. En logisch ook. Slapeloze nachten. ’s Nachts wakker schrikken en me net niet in paniek afvragen waar ik in godsnaam ben. Inslapen ging beter als ik mijn ogen sloot en me inbeeldde dat ik in mijn eigen bed lag. Hoe bizar. Maar echt waar, het hielp.

Laat ik nog wat meer ontboezemingen doen, ik ben net zo lekker bezig. Als je zou weten hoe vaak ik vanuit huis naar buiten ben gelopen, om me heen keek en me vervolgens helemaal te pletter schrok. De aanblik. Niets lijkt op wat het was. Wat ik gewend was. Wat ik kende. En hoewel  die warmte en de palmen tijdens een vakantie werkelijk een verrukking zijn, was het nu een reality check. En ja, ik heb me beslist afgevraagd wat ik hier in godsnaam doe. Waar was dit nou voor nodig? Voelde me verloren. Hopeloos verloren. Niet de hele tijd natuurlijk, maar zeker bij tijd en wijle.

Ik wilde naar huis. Echt. Die momenten kan ik niet eens meer op handen en voeten tellen. Maar waar is dat, thuis? Gister nog kon ik dat antwoord niet vinden. In de auto op repeat. Uit volle borst zing ik mee. Country roads, take me home. To the place I belong. . En hoopte echt dat de roads de weg zouden weten, want mijn God,  ik weet het in elk geval niet.

Vaak aan mijn vader gedacht. Mijn vader werkte bij de Marine en heeft, zoals hij het zelf zei, de hele aardkloot over gezworven. Maar hoe? Hoe heeft hij zich staande gehouden? Wie het weet mag het zeggen. Heb echt geen idee.

’s Ochtends, als ik wakker word en uit het raam kijk, zie ik de toppen van de palmen in de Palmentuin. En hoe vaak heb ik niet gedacht aan de foto’s van vroeger. Foto’s van mij in de Palmentuin. Met mijn vader, Met mijn moeder. Twee jaar oud en absolutely adorable in mijn Shirley Temple jurkje. En misschien toen wel opgekeken en gezien waar ik veertig jaar later zou wonen. Zonder het te beseffen.

Maar zojuist in de auto, die milliseconde dat ik me realiseerde dat ik dinsdag naar Zanderij kan rijden, alleen maar in de rij hoef te gaan staan en als vanzelf naar huis wordt geleid, schrok ik verschrikkelijk. Jezus! Het eerste wat me te binnen schoot? “Shit! Hoe kom ik dan terug?”. Nou, dat was wel een momentje. Kwam even heel hard binnen. Ik vroeg me echt af, hoe kom ik weer thuis?

Ergens tussen drie dagen en twee jaar zal het wel Switi Sranan worden schreef ik vorig jaar. En zojuist, slechts een moment na die ene milliseconde was het zo duidelijk. M’e no go gwe, m’e tan! Ik ga niet weg, ik blijf!. Dus ja, zo ongemerkt in alle hectiek, chaos en heftigheid van het bijna afgelopen jaar is het dus toch zo langzaamaan gekomen. Switi Sranan.

Ilse in Switi Sranan

Marriott Paramaribo

Paramaribo heeft een ruim assortiment aan prima hotels, maar als je naar mijn keuze vraagt zou ik je adviseren naar Courtyard Marriott Paramaribo te gaan. Misschien niet zozeer met kinderen, hoewel ik ze er wel heb gezien, maar beslist als je voor business purposes komt. Marriott heeft uiteraard een prima reputatie en die wordt ook hier voortgezet.

Sowieso vind ik het een heel prettige plek om voor een business meet te komen. Een prima lounge waar je absoluut zonder gêne je relaties kunt ontmoeten. Ook heb ik al meer dan eens een business breakfast gedaan hier. En als je achteraan in een van de nisjes plaatsneemt, heb je voldoende privacy.

Als ontbijt vind je er uiteraard het continental breakfast – scrammbled eggs, bacon, toast, jam, kaas, etc.- maar er wordt ook zeker een Surinaamse twist aan gegeven. Dat zie ik graag. Dus hier ook kouseband met garnalen in de schalen en eentje met gerookte bang bang. Vers fruit als ananas, watermeloen en papaya.. Maar ook Surinaamse taart zoals bojo en fiadu heb ik gespot.

Het diner is ook in orde. Het eten is Europees georiënteerd, de wijnen zijn uitstekend en de ambiance is rustig. Dus als je even genoeg dyugudyugu hebt gehad kun je hier rustig landen.

Maar het mooiste plekje vind ik buiten op het terras bij het zwembad. Aan de Surinamerivier. Dus altijd die geweldige bries en natuurlijk dat magnifieke uitzicht. Goede plek om te gaan kijken hoe de zon ondergaat.

Fijne zonnebedden en dito stoelen met aangename kussens. Erg prettig na een dag hard werken. Het enige puntje dat ik heb zijn de plastic wijnglazen die je hier krijgt. Is voor veiligheid, zo vlak bij het zwembad. En hoewel daar best iets voor te zeggen valt, vind ik wijn uit plastic echt helemaal niks. Maar dat is dan ook het enige puntje van kritiek.

Het Marriott Hotel is een prachtig hotel. Niet overal in Suriname worden muren netjes en egaal gestuct. Maar hier hangt alles keurig recht, zoals we van Marriott gewend zijn. Op een paar kleine schoonheidsfoutjes na – de mengkraan van de douche is bedoeld voor opbouw en niet voor inbouw – is het een mooi afgewerkt hotel.

Als je de keuze hebt neem dan een kamer met jacuzzi. Is geweldig. En de badkamer heeft houten luiken naar de kamer, precies waar het bad zit. Het is net een bedstee. Nou ja, badstee dus. Voor als je niet samen in bad wilt. Kun je gewoon blijven praten. Zet het bad wel op tijd aan trouwens. Het is een tweepersoonsmaatje en het duurt wel even eer hij vol is.

Oh, en doe wel voorzichtig met je bonnetjes die je nog moet declareren. House keeping is in mijn geval overijverig geweest en zag de inderdaad niet netjes gearchiveerde stapel papiertjes op het bureau waarschijnlijk aan voor rommel. En dus belandde ruim 400 USD aan prima declarabele nota’s in het ronde archief. Maar laat ik niet vergeten te vermelden dat het management van Marriott Paramaribo het keurig heeft opgelost. We konden het hotel verlaten met bonnen. Gelukkig.

Courtyard Marriott Paramaribo

Anton Dragtenweg 52-54 ·
Paramaribo

+597 456000

Foto credits: Marriott

ilse-in-switi-sranan

Welcome to Miami, bienvenido a Miami

Shoppen is iets wat niet tot de mogelijkheden behoort hier in Su. That lifestyle is currently out of stock. Tuurlijk, je kunt hier winkelen. En boodschappen doen. Lekker naar de markt. Maar shoppen? Nee. No can do! A no kan!

Hier in de winkels hangt voornamelijk kleding en schoeisel van Chinese makelij, En hoewel ze in China best prima spul kunnen maken, is dat helaas niet wat hier de winkels bereikt. Orichinees noemen we die rommel hier. En eigenlijk is het ook nog eens veel te duur voor de belabberde kwaliteit die je krijgt. Meestal is het al kapot zodra je het winkelpand hebt verlaten.

Dan zijn er nog twee mall’s hier in Paramaribo. De Hermitage Mall en de Maretraite Mall. Nu is het woord mall misschien niet zo gelukkig gekozen. Mall is toch een woord dat een bepaalde verwachting schept. En aan die verwachting gaat niet voldaan worden. Maar het is beslist goed dat ze er zijn. Anders hadden we helemaal niets.

Maar zelfs in de mall’s is niet zo gek veel te krijgen. De keuze is zeer beperkt. Of je nu een knappe mascara zoekt of schoenen. It’s impossible. En het helpt inderdaad niet dat ik de gelukkige eigenaar ben van voeten maatje eenenveertig. I know.

En dan? Tsja, dan moet je dus het land uit. Om te shoppen is de makkelijkst en snelst bereikbare stad Miami. En daarna, Amsterdam. Ik weet dat het raar klinkt, absoluut, maar het is echt zo. Je moet dus ruim 3000 kilometer reizen om de dichtstbijzijnde winkel te bereiken die enigszins geoutilleerd is. Te bizar voor woorden toch?

Maar goed. Zou je toch naar Miami gaan, dan schijnt de Dolphin Mall echt het ultieme walhalla te zijn. En er zijn er meer die het weten. Because whoever said money can’t buy happiness, didn’t know where to shop! Staat zelfs bij Garden of Eden op de wc-deur.

Laatst was ik op de luchthaven om iemand op te halen. Toestel uit Miami. Bij die vluchten ziet Zanderij er opeens heel anders uit. Sowieso is het rustiger. Er zijn geen uitgebreide ontvangstcomités. Is ook logisch. Je hebt voornamelijk te maken met locals en business people. Maar die keer halverwege onze twee weken paasvakantie, nou ik wist niet wat ik zag! Echt fantastisch.

Zo ongeveer alle dames, haast geen uitzondering, kwamen de aankomsthal uitgelopen stevig duwend achter een zwaar beladen kar met gemiddeld drie flinke koffers. Aan die koffers was overigens duidelijk te zien dat ook deze vrij recentelijk waren aangeschaft. Hier en daar hing zelfs nog een merklabeltje. Afgeladen vol met vracht kwamen ze terug naar Su.

Nou, ik moet ook maar eens een goede reden zien te vinden om naar Miami te gaan. Een  zakenrelatie zei laatst dat wanneer ik naar Miami kom, zijn vrouw met me mee gaat shoppen. Als private guide. Nou! Dat zijn relaties waar je nog eens wat aan hebt. I’m just one lucky duck! Nu alleen nog een goede aanleiding dus. Even denken hoor. Seminar? Klantbezoek? Nou, daar moet ik maar eens even flink mijn best voor doen. Hoor Will Smith al zingen. Miami, Miami, I’m going to Miami!

ilse-in-switi-sranan