Zondagmiddagconcerten Sint Petrus en Paulus Kathedraal

Afgelopen zondag waren we bij het Zondagmiddagconcert in de Sint Petrus en Paulus Kathedraal in Paramaribo. Deze kerk stamt uit 1883 en is gebouwd ter vervanging van de Rooms Katholieke Kerk die, tezamen met meer dan vierhonderd andere koloniale gebouwen, tijdens de grote brand van 1821 werd verwoest. Jarenlang was de in verval geraakte kathedraal voor publiek gesloten, maar na een grondige renovatie is hij eind vorig jaar heropend.

De Sint Petrus en Paulus Kathedraal staat aan de Henck Arronstraat, de vroegere Gravenstraat. Bijzonder aan de Petrus en Paulus Kathedraal is dat hij volledig uit hout is opgetrokken. Daarnaast vind ik het een uitstekend voorbeeld van goed bouwen in de tropen. Het gebouw is op de wind gebouwd. Als de grote ramen die om hun verticale as kunnen draaien open staan, waait er een aangenaam windje door de kathedraal, en is het er heerlijk koel.

Sinds mei van dit jaar wordt elke derde zondag van de maand in de kathedraal een zondagmiddagconcert gegeven om 18.00 uur. Deze keer met een optreden van The Trotji Choir en Denise Jannah. Vooral Denise maakte dat het publiek tot buiten de kathedraal stond. Bijzonder vond ik de Brazilian jazz die ze zong in Sranan Tongo. Ik had dat nooit eerder gehoord maar de taal leent zich hier perfect voor. En ik hou van de Ipanema-achtige muziek. Was echt heel verrassend, zou ik zo een cd van kopen.

De toegang tot de concerten is gratis, een gift aan het einde bestemd voor het onderhoud van de kathedraal wordt zeer op prijs gesteld.

Het volgende concert is op 21 december, dan dus niet op de derde zondag. Dit is tevens de laatste dit jaar. Daarna weer elke derde zondag van de maand. Het concert begint om 18.00 uur, de deuren van de kathedraal zijn vanaf 17.00 uur open.

Sint Petrus en Paulus Kathedraal

Henk Arronstraat 22

Paramaribo

Roti

Wat is het nationale gerecht van Suriname? Tsja, ik denk niet dat je er maar een kunt noemen. Elke bevolkingsgroep hier heeft zo zijn eigen topgerecht. Maar ik denk wel dat we roti het topgerecht van de Hindoestaanse bevolking kunnen noemen. En Hindoestaans of niet, het is door iedereen geadopteerd.

Voor de enkeling die niet weet wat roti is, een roti is een rond en plat gebakken brood gemaakt van tarwedeeg. Ziet er een beetje uit als een pannenkoek. De lekkerste hebben een vulling van fijngemalen erwten en kruiden. Na het uitrollen van de deegballen worden ze gebakken op een rotiplaat.

Wij eten bij de roti altijd massalakip, aardappelen, ei, kouseband en soms kool. Maar er zijn veel meer mogelijkheden. Je kunt het eten met eend, heet hier doks. Of met kwi kwi (sprreek uit: kwiekwie), een vreselijk lekkere vis. Of lamsvlees. Vegetarisch kan ook. Maar onontberend is de massalasaus.

Een paar jaar geleden heb ik ook roti gemaakt. Niet die hele lekkere met vulling, dat leek me wat ambitieus zo voor de eerste keer. Nee, gewoon van deeg. Het perfect rond krijgen van de roti’s is niet helemaal gelukt maar soit, een kniesoor die daar op let. Na het bakken waren de roti’s goed gaar geworden en we hebben ze zeer geschikt bevonden om mee te frisbeeën. Meer ook niet.

Mijn moeder maakt de lekkerste, dat spreekt voor zich. En roti eet je natuurlijk met je handen. En daarna, zonder gene, een voor een je vingers aflikken. Ooit hebben we een tafelgast gehad die met licht afgrijzen zat toe te kijken hoe wij onze vingers vies maakten. Na even links en rechts te hebben gekeken, werd op zijn bord de kip en groente in het midden van de roti gedeponeerd. Na het oprollen van de roti als een besuikerde pannenkoek kregen we de vrolijke mededeling: “Kijk, ik maak er gewoon een soort wrap van!” Caramba! Nou, goed, je begrijpt dat hier geen huwelijk uit voortgekomen is. Die hebben we geditched. Overigens kun je hier dat nu wel krijgen. Heet de rotirol.

Een ander vriendje heeft het beter aangepakt. Beide hadden we een drukke “yuppenbaan”. En hoewel de weekenden met veel plezier thuis werden doorgebracht, schoot koken er vaak bij in. Maar waar ik tekort schoot als keukenprinses bleek hij gelukkig een ware afhaalprins te zijn, en kwam ongevraagd met de suggestie om roti te gaan halen. Nou, daar heeft hij punten mee gescoord! Hij had in een keer mijn onverdeelde aandacht.

Nu is niet elke roti en goede roti. En dan praat ik niet eens over de Knorr Wereldmix en consorten. Nee, een goede roti dat luistert heel nauw, er kan van alles mis gaan. Zo moet de roti natuurlijk gaar zijn maar ook nog zacht. Hij mag niet te dik zijn, hij hoort mooi dun. De saus mag niet te waterig zijn, maar ook niet zo dik dat je hem in blokjes kan snijden. Ook begrijpt helaas niet iedereen dat kapot gekookte sperciebonen geen kouseband is.

Als je hier in Suriname bent en je hebt ook een afhaalprins, of je bent er een, hier een tip. De lekkerste roti hier in Paramaribo kun je krijgen bij Chris Roti Shop. Er zijn er twee. Eentje op de Kwattaweg, en een in de Maystraat. De Maystraat is de absolute top hebben wij proefondervindelijk vastgesteld, maar ook op de Kwattaweg val je absuluut geen buil. Njan switi!

Halve was

Het is bijzonder warm hier in Suriname. Ik denk dat we dat wel zo mogen zeggen. Als je het weerbericht bekijkt lijkt het allemaal nog wel mee te vallen. Halfbewolkt, beetje regen, 33˚C, ’s nachts 26˚C. Klinkt op zich helemaal niet verkeerd. Alleen de luchtvochtigheid is hier ontzettend hoog, zo’n 97%. Zeker in het begin voelt het alsof de hitte op je ligt. Weleens in de kassen van de Hortus Botanicus geweest, bij Artis? Nou, zoiets, maar dan erger. En dat regenbuitje is meestal zo kort dat het ook niet echt afkoelt.

Tegen de hitte zag ik vorig jaar ook het meest op. Tweeëndertig jaar was ik niet in Suriname geweest. Zeven jaar jong was ik de laatste keer. Hoewel ik me lang niet alles kan herinneren, zal ik nooit het moment vergeten dat we het vliegtuig uitstapten om met de trap naar beneden te gaan. Alsof er een dikke, klamme, hete dweil op je wordt gegooid. En die heb ik twee weken lang bij me gedragen.

Vorig jaar echter, viel de hitte me alles mee. Ik was blijkbaar op het ergste voorbereid. In mijn hoofd het idee dat ik en een soort hete oven terecht zou komen waar het bijna onmogelijk zou zijn überhaupt adem te halen. Zo erg was het dus niet. Hoewel ik me er terdege van bewust was dat vakantie in de tropen nog wel iets anders is dan werken in de tropen.

En dan het huishouden. Gutsend van het zweet sta je hier schoon te maken. Zwetend en druipend. Even snel poetsen is er hier niet bij, althans, niet voor mij. Regelmatig pak ik een nieuwe zakdoek om het zweet van m’n gezicht te vegen.


Vorig jaar had ik papieren zakdoekjes bij me. Maar op een dag jaag je er makkelijk twee pakjes doorheen. Dat zou om een aardige investering vragen. Met name dit soort artikelen zijn hier ontzettend duur. Soms wel twee tot drie maal de prijs die in Nederland betaald wordt. En dan bedoel ik niet de Euroshopper prijs.

Zunig als ik ben heb ik bij de Zeeman een grote voorraad zakdoeken aangeschaft. En ik ben er zo blij mee! Trouwens, als ik sta schoon te maken laat ik ze in de kast, dan heb ik wel twee washandjes nodig en die zijn binnen een mum van tijd drijfnat. Bijvoorbeeld als je de was gaat doen.

De was doen is namelijk een bijzonderheid. Dat gaat in een halfautomaat. Een halfautomaat ziet er een beetje uit als een minimaatje vrieskist. Bovenop zitten twee kleppen en een soort dashboard. Onder de linker klep zit het wasgedeelte, een kleine wastrommel. Onder het rechtergedeelte zit een kleine centrifuge.

Op het dashboard zitten twee mechanische klokken, een soort kookwekkers. Eentje voor de wasmachine, gaat tot maximaal vijftien minuten, en een voor de centrifuge, maximaal vijf minuten. Aan de achterkant een slang waaruit het waswater weg kan lopen en op het dashboard een pijpje waarop een slang aangesloten kan worden om de machine te vullen. Dat werkt alleen niet, want de slang schiet steeds van de kraan af. De koppeling is namelijk van Chinese makelij. En dat is niet de beste, in ieder geval niet wat hier komt. Orichinees noemen ze dat.

Wat doe je dus? Nou, je schuift de machine in de douche. Gelukkig is die groot genoeg. Dit is niet alleen handig omdat je dan met de douchekop het wasgedeelte van water kan voorzien, maar ook omdat je het water hier weer kan laten weglopen.

Dan gaat het als volgt. Je laat de was, maximaal 2,5 kg, eerst in het wasgedeelte een kwartier draaien. Met zeep. Daarna uitwringen en in een grote emmer, maatje speciekuip, met spoelwater stoppen waarin je wasverzachter hebt gedaan.. In het wasgedeelte weer nieuwe was. Na de spoelemmer met wasverzachter komt de emmer zonder wasverzachter. Daarna gaat de was in de centrifuge. Zie hier een kleine wasfabriek.

Ik zou nu een hele verhandeling kunnen beginnen over de ridiculiteit van een halfautomatische wasmachine. Ik heb al eens eerder verteld dat ik wordt geplaagd door beroepsdeformatie. Daarop een kleine aanvulling. Niet alleen heb ik een broertje dood aan redundantie, ik kan ook zeer moeilijk leven met onvolledige processen.

Al wassend vraag ik mij ten eerste af wie in godsnaam zoiets bedenkt. Het is namelijk net zoiets als een auto die je maar halverwege brengt, een telefoon waarvan de microfoon werkt maar de luidspreker niet, een kopieermachine die alleen de linkerhelft afdrukt of een gasfornuis waarop je het eten slechts halfgaar kunt koken. De tweede vraag die rijst is wie zoiets in godsnaam produceert? In de 21e eeuw? Maar goed, die verhandeling zal ik je besparen.

Vijf uur later is alle was gedaan, het strandjurkje dat ik aan heb en mijn twee washandjes zijn doorweekt. Niet van het knoeien met water, maar van het zweet.

Ik besef me heel goed dat ik ontzettend verwend ben, maar stiekem kijk ik toch wel uit naar het moment dat we een eigen huis hebben, zodat we onze spullen over kunnen laten komen. En ik zal een mooi plekje maken voor de wasmachine. Volautomatisch welteverstaan.

White Beach Waterpark Low Budget

De typisch Surinaamse manier van chillen is naar een van de vele recreatieplaatsen aan het water gaan. In bikini, badpak of zwembroek, kijken naar de ruisende palmbomen, lekker zwemmen, tropisch warm met een lekker windje, liggen in een hangmat. Klinkt ook niet verkeerd toch?

Vind ik ook. En dat is hier in Suriname dus doodnormaal. Waar we normaal vaak een jaar op moeten teren, kan hier elke week. Je gaat gepakt en gezakt, neemt van alles mee. Grote koelbox, onderweg kun je die met ijsblokjes laten vullen voor een paar srd. Eten neem je ook mee. Zelfgemaakt, of nou ja, door je tante die zo verschrikkelijk lekker kan koken. Of zelf gekocht, ook prima. Hangmat mee en gaan.

Surinamers gaan meestal met familie. In groten getale rijden ze heen met auto’s of huren een bus. Of twee. Toeristen boeken een trip via een van de vele touroperators hier. Voor zo’n 45,- euro per persoon boek je zo’n georganiseerde bustrip.

Maar wat als je geld zo’n beetje op is en je hebt nog een stukje maand over? Of je hebt geen auto zoals wij, niemand anders gaat en je wilt toch heen voor niet teveel? Dan kun je low budget met de bus. Het enige recreatieoord dat je met de bus kunt bereiken, voor zover ik weet, is White Beach. But hey, dat is geen straf!

(Nou, dat zijn er dus twee, je kunt ook naar Waterpark. En daarmee hebben wij dus al kennis gemaakt. Zonder het te weten weliswaar. Waterpark en White Beach liggen dus naast elkaar. Was vroeger één, maar “in goed gezamenlijk overleg” gesplitst. En dus bleek maanden later dat wij helemaal niet bij White Beach zijn geweest maar bij Waterpark. Inmiddels hebben we White Beach ook gezien. Maar daarover een andere keer meer”)

White Beach ligt iets voorbij Domburg, en heeft zoals de naam al doet vermoeden een prachtig wit strand (en Waterpark dus ook…). Opgespoten weliswaar want Suriname kent geen zandstranden. Wel een heleboel modder. Toko toko (spreek uit. tokko tokko) heet dat zo mooi.

En dus togen wij om 8.40 uur met handdoeken, badkleding, een voetbal, boekje voor iedereen, een grote fles water, boterhammen en een zakje chips naar de bus. De bus, een lantibus, kost 0,85 srd per persoon. Aangekomen bij het busstation op de Heiligeweg loop je een klein stukje verder naar de PDP bus. Paramaribo-Domburg-Paramaribo. Deze vertrekt ook vanaf de Heiligeweg en kost 2,45 srd per persoon. Één héél klein puntje, de bus vertrekt zodra hij vol is. En dat kan eventjes duren.

Maar goed, na zo’n drie kwartier wachten gaat hij uiteindelijk en vangt de reis naar Domburg aan. Onderweg veel te zien, vooral als je de stad verlaat doet de aanblik denken aan het Suriname zoals ik het uit mijn jeugd ken. Eenvoudige houten huizen met een groot erf, vol met fruitbomen. Wegen van zand. Alles met een beslist eenvoudige maar gezellige sfeer.

Op een gegeven moment, als we parallel aan de Surinamerivier rijden verandert de setting. Hier zie je schitterende huizen, paleizen bijna. Groot, groter, grootst. Vergeet Vinkeveen, vergeet de Loosdrechtse Plassen. Denk Beverly Hills sur mer! Ook dat is Suriname.

Tegen elf uur komen we aan. Voor mezelf en twee kinderen betaal ik 20 srd entree. We lopen naar het strandje waar strandhutten en parasols staan. Een strandhut heb je vanaf 60 srd, perfect om je hangmat in op te hangen. We nemen vandaag echter de low budget parasol met bankjes. Die is gratis.

Nou, de rest van de dag laat zich raden. We hebben heerlijk gezwommen,, geluierd, gespeeld in het water, zandkastelen gebouwd, ga zo maar door. Just a perfect day!

Terug zijn we gegaan met de lantibus. De PDP vertrekt namelijk niet later dan 15.00 uur terug naar de stad. De lantibus naar Paramaribo komt uit de richting van Domburg en is er zo rond 18.00 uur, maar je doet er goed aan om vanaf 17.30 uur aan de weg te staan. Zodat je hem niet mist. De lantibus kost 1,65 srd per persoon.

Alles bij elkaar komt dat op 34,85 srd. Dat is ongeveer 7,75 euro. Ga je wel met de auto, dan neem je vanuit Paramaribo de Highway. De Martin Luther Kingweg rij je af. Na ongeveer drie kwartier kom je bij Paranam. Net daarvoor neem je de weg naar links. Na een paar minuten rijden zie je White Beach (en Waterpark!) aan je rechterzijde.